Deze oefeningen gebruiken alleen losse AA-cellen of losgekoppelde, spanningsloze passieve onderdelen. Werk niet aan huisinstallaties, netvoedingen of hoogspanning. Meet nooit over een batterij in stroomstand. Stop bij een beschadigde, lekkende of hete batterij.
- Gebruik twee onbeschadigde AA’s in een 3 V-houder, een rode LED met ongeveer 2 V doorlaatspanning en 330 Ω weerstand van minstens 0,25 W. Controleer het LED-datablad; andere kleuren vragen mogelijk een ander ontwerp.
- Haal batterijen eruit. Verbind houder + → weerstand → LED-anode (+) → kathode (−) → houder −. De lange poot is vaak de anode; controleer datablad en vlakke zijde. Houd blote verbindingen gescheiden.
- Plaats batterijen kort om te testen en verwijder ze na gebruik. Stroom ongeveer (3 − 2)/330 = 0,003 A, dus 3 mA; werkelijke waarden verschillen. Laat de weerstand nooit weg en maak geen kortsluiting. Ontkoppel direct bij warmte.